Een ander zorglandschap: “Wie bent u?”

Artsinzicht

Vroeger had je je leven lang één huisarts, die jouw persoonlijke situatie en voorgeschiedenis uit zijn hoofd kende.

Hierdoor was er direct een basis van vertrouwen. Nu zien we steeds grotere praktijken, parttime werkende artsen en wisselende gezichten. En soms zien we helemaal geen gezicht, maar krijgen we onze zorg via een computer of telefoon.

Het gevolg: het gesprek begint niet met “hoe is het nu met…”, maar met “wat is uw geboortedatum?”. De arts moet eerst het dossier scannen en weten wie hij voor zich heeft. De patiënt vraagt zich af welke informatie de arts heeft en moet elke keer weer belangrijke informatie opdreunen. Dit ondermijnt de vertrouwensband, nog vóórdat het echte gesprek begint. Daarnaast bestaat het risico dat cruciale achtergrondinformatie over lijf, leven en waarden van de patiënt (de context die juist noodzakelijk is voor persoonsgerichte zorg!), onvoldoende aandacht krijgt.

Wat kan de arts doen?

Zorg dat je toch even die minuut neemt om de belangrijkste zaken uit het dossier te bekijken, vóórdat je de patiënt binnenroept. Je begint anders al met een 1-0 achterstand. Nóg beter, benoem bij binnenkomst van de patiënt direct wat je al weet: bijvoorbeeld dat de patiënt twee maanden geleden geopereerd is, of dat er recent een medicatiewijziging is geweest. Dit versterkt het vertrouwen enorm en vormt een positieve start van het consult.

Wat kan de patiënt doen?

Bedenk een ‘Previously on…’. Een samenvatting van de laatste aflevering van jouw persoonlijke film, als een supersnelle introductie, zodat direct duidelijk is wat de recente hoofdpunten van jouw medische en persoonlijke situatie zijn. Bijvoorbeeld:

    • “Even voor de context: ik ben mijn leven lang al aan het tobben met [X] en heb sinds dit jaar ook [Y]. Ik loop hiervoor nu al een tijd bij de fysio.”
    • “Voordat ik mijn klacht bespreek, wil ik even melden dat ik 2 maanden geleden gestopt met [medicijn] / herstellende ben van [operatie/burn-out]. Dat gaat de goede kant op, maar misschien heeft het toch een relatie met mijn klachten.”
    • “Misschien goed om te weten: ik zit momenteel middenin een erg stressvolle [verhuizing/scheiding/rouwperiode], ik heb inmiddels twee gesprekken met de praktijkondersteuner gehad.”
    • “Het is denk ik handig om te weten dat ik nog onder behandeling ben bij dokter [X] voor [chronische aandoening]. Ik ben een half jaar geleden voor het laatst geweest. Alles was toen stabiel. Ik gebruik hier op dit moment alleen nog [medicijn] voor.”