Een andere bril: “Voor wie is het goed?”
Herken je dat? Je zit bij de dokter met een specifieke wens of vraag, maar het voelt alsof jullie allebei een andere taal spreken.
Je wilt bijvoorbeeld een bloedonderzoek voor je gemoedsrust, maar de arts zegt: “Dat is medisch gezien niet zinvol.” Dit is een van de grootste uitdagingen in de zorg van nu. Het is een botsing tussen twee werelden: de wereld van het individu (jij als patiënt) en de wereld van het collectief (de maatschappij).
Twee verschillende talen
De patiënt spreekt de taal van het eigen leven: “Wat heb ik nu nodig om me beter te voelen?” De arts moet die taal ook spreken, maar spreekt daarnaast de taal van de samenleving: “Hoe zorgen we dat er voor iedereen genoeg zorg, tijd en geld overblijft?” Wanneer deze twee talen botsen, ontstaan er vaak irritaties. De samenwerking loopt stroef en de zorg voelt ineens niet meer zo ‘persoonsgericht’. Maar hoe komt dat eigenlijk?
Wanneer is zorg ‘zinvol’?
Het probleem zit vaak in het woordje ‘zinvol’. Voor een arts is een test (zoals bloedprikken) vaak pas zinvol als de uitslag bepaalt welke behandeling je krijgt. Verandert de uitslag niets aan het plan? Dan noemt de arts de test ‘niet zinvol’.
Maar voor jou als patiënt kan diezelfde test psychologisch goud waard zijn. Een goede uitslag kan weken van stress, slapeloze nachten en gepieker voorkomen. Voor jou is de test dus wel degelijk zinvol: het geeft je rust en je kunt weer functioneren.
Hoe lossen we dit op?
Het antwoord ligt in het overbruggen van die taalkloof. Hieronder lees je wat zowel de arts als de patiënt kan doen om de samenwerking te redden.
Wat de arts kan doen:
-
Erken de emotie: maak duidelijk dat je begrijpt waarom de patiënt de test wil. Onzekerheid en angst zijn echte problemen, die net zoveel aandacht verdienen als een fysieke klacht.
-
Leg het ‘waarom’ uit: zeg niet simpelweg nee, maar leg uit waarom een test je soms juist niet verder helpt. Bied een alternatief aan.
-
Kies voor een proces, niet voor een ‘nee’: in plaats van de deur dicht te gooien, kun je een vangnet afspreken. “We doen de test nu nog niet, maar we maken een afspraak voor over twee weken. Als deze klachten er dan nog steeds zijn, kijken we opnieuw.”
Wat de patiënt kan doen:
-
Vertaal je eis naar een gevoel: probeer niet te eisen, maar vertel wat erachter zit. Zeg bijvoorbeeld: “Ik lig hier al nachten wakker van en ik kan me niet meer op mijn werk concentreren. Ik heb rust nodig.” Dat begrijpt een arts veel beter.
-
Vraag om uitleg: als de arts zegt dat iets niet nodig is, vraag dan gerust: “Kunt u me uitleggen waarom u dat denkt? Wat zijn de voor- en nadelen als we het wel of niet doen?”
-
Maak samen een plan: Vraag naar alternatieven. “Wat kunnen we nu wél doen om mijn klachten en zorgen te verminderen?”
Samen expert
Echte persoonsgerichte zorg ontstaat wanneer we erkennen dat beide talen belangrijk zijn. De arts is de expert op medisch gebied, maar jij bent de expert van jouw eigen leven en je eigen rust. Door eerlijk te zijn over je gevoelens en open te staan voor de uitleg van de ander, vinden we een weg die goed is voor jou én voor de zorg als geheel.
